I.1.5 Vaarwegdiepte – projectdiepte

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Gebied dat de vaargeul beschrijft waarvoor een onderhoudsdiepte is vastgesteld, zijnde  de de nautisch gegarandeerde diepte (NGD) bij een afgesproken laagwaterstand voor het betreffende gebied , bv LAT, OLW en OLR.

Codeerinstructies

 


Aandachtspunten

Een ENC dient een zo goed mogelijke weergave van de werkelijkheid te zijn. De gegevens in een ENC zijn altijd afkomstig van de assetmanager dus de vaarwegbeheerder. Het gaat erom dat de juiste diepte wordt opgegeven waarmee gevaren kan worden. Is deze lager dan de NGD, dan dient deze lagere waarde in de kaart te staan.

Objectcodering

DEPARE(A)
(M) DRVAL1 = [x.x] (meters), e.g., 2.7 or UNKNOWN


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Zie ook :

G.1a Doorvaarthoogte informatie in de IENC

Definitie

De doorvaarthoogte in de IENC is de kleinste (veiligste) doorvaarthoogte van een overspanning over bevaarbaar water en wordt bepaald door de kleinste verticale afstand tussen de maatgevende hoge waterstand voor de scheepvaart (MHWS bij rivieren) of het streefpeil (bij o.a. kanalen) en de onderzijde van de overspanning bij volbelasting van de brug, die te allen tijde beschikbaar is voor de scheepvaart.

NB : Bij het publiceren van doorvaarthoogte informatie wordt de werkelijke waarde gebruikt, dus zonder veiligheidsmarge/schrikhoogte. Deze veiligheidsmarge is namelijk al meegenomen bij het ontwerp van de overspanning.
Let op: de doorvaarthoogte van hoogspanningsleidingen vragen wel een extra veiligheidsmarge e.e.a van de op de leiding staande spanningsgrootte.

Toelichting

Het is belangrijk om bij de bepaling van doorvaarthoogte rekening te houden met het bevaarbare deel onder de ( soms licht gebogen en of schuin aflopende ) overspanning. De begrenzing van de doorvaartwijdte kan met speciale brugmarkering zijn aangegeven, maar ook kan onder de overspanning de vaargeulbreedte zijn gemarkeerd. Deze begrenzingen worden meegenomen bij brugmetingen en zijn terug te vinden in de meetrapporten.
De Richtlijn Vaarwegen 2020 geeft bij een krap profiel ook een beschrijving van het bevaarbaar gedeelte bij een vaste brug. (paragraaf 5.4)

Om de (veiligste) doorvaarthoogte van een overspanning te bepalen is een meetrapport van de overspanning nodig plus het referentiewaterpeil ter plekke van de overspanning. Het meetrapport levert het absolute laagste punt (ALP) van de onderkant van de overspanning op. Het absolute laagste punt (ALP) en het referentiewaterpeil hebben beiden NAP als referentievlak.
De (veiligste) doorvaarthoogte informatie (VERCLR) wordt bepaald door  de waarde van het referentiewaterpeil af te trekken van  het absolute laagste punt (ALP) van de overspanning.
Voorbeeld : ALP brug 10.00m+NAP bij een streefpeil van 4.00m+NAP levert de (veiligste) doorvaarthoogte (VERCLR)  van 6.00 meter op.

Er zijn twee situaties te onderscheiden: de overspanning ligt over een vaarwater met een streefpeil of de overspanning ligt over een vrij stromende rivier al dan niet met getijdenwerking. Deze situaties worden hieronder afzonderlijk toegelicht.

Vaarwater met een streefpeil

Voor kanalen, gekanaliseerde rivier secties en meren zijn streefpeilen vastgelegd waarbij onderscheid gemaakt is tussen soorten peil, zoals “meerpeil”, “boezempeil”, “kanaalpeil”, “stuwpeil”.
Een streefpeil is een door de beheerder nagestreefd peil dat ook is vastgelegd is in de Waterakkoorden.
Een streefpeil kan negatief en positief afwijken door verschillende oorzaken, zoals : seizoensgebonden variaties: zomer- en winterpeil; opwaaiing door wind in de lengterichting van het kanaal; opzet als gevolg van de afvoer van regenwater en translatiegolven als gevolg van het legen van sluiskolken. Een afwijking van het streefpeil kan dus verschillend samengesteld zijn en vormt daarmee een grote onzekerheid bij het bepalen van een onder doorvaarthoogte.
Daarom is besloten om op vaarwater met een streefpeil het vastgelegde peil (waterakkoord) te gebruiken als referentiepeil voor het bepalen van de doorvaarthoogte.
Indien het vaarwater een zomer en winterpeil heeft, wordt het hoogste peil als referentiewaterpeil gebruikt.
De volgende peilen hebben een hoger zomerpeil : Amstelmeer boezempeil; Drontermeer en Veluwemeer; IJsselmeerpeil; Markermeerpeil; Stuwpeil Vechterweerd; Stuwpeil Vilsteren; Vollenhove Boezempeil.

Let op : In de VNDS database is volgens de handleiding  het winterpeil als streefpeil vastgelegd, dus check bij deze vaarwegen zeker de informatie uit de Waterakkoorden.

Vaarwater en bruggen (97) (cyan) met een hoog zomerpeil

Het bij een brug behorende streefpeil (waterakkoord) dient in de IENC verklaard te worden in het informatie attribuut van de aggregatie feature van een brug (C_AGGR).

Vrij stromende rivieren en estuaria met getijdenwerking of een combinatie daarvan bv het benedenrivierengebied  

Voor dit type vaarwater is de Maatgevende Hoge Waterstand voor de Scheepvaart ( MHWS) als referentiewaterpeil nodig om de (veiligste) doorvaarthoogte (VERCLR) te kunnen berekenen.
MHWS is de hoogste waterstand, waarbinnen de volledige functionaliteit van de vaarweg voor de scheepvaart beschikbaar is, zie de Richtlijn Vaarwegen 2020.

Belangrijk: De waarde van het referentiewaterpeil MHWS ter plekke wordt in het INFORM veld gezet, bv “MHWS = 1,00 m+ NAP “.

In de huidige Inland Ecdis standaard (IES 2.4) bleek het niet mogelijk om het MHWS / streefpeil plus de waarde daarvan te coderen bij een brug. Voor de editie IES2.5 heeft NL een change ingediend om deze missende attributen toe te voegen en dat is goedgekeurd:
• vcrlev om MHWS / streefpeil te duiden,
• vcrval om bijv. de MHWS-waarde van de brug te coderen.
De verwachting is dat april 2023 de IES2.5 standaard geldig wordt.
Dus op dit moment dienen deze twee attributen als tekst in het INFORM attribuut gecodeerd te worden.

Onderstaand figuur toont de noodzaak voor het opnemen van vcrval attribuut in de Feature Catalogue.



NB Bij hoogspanningsleidingen  dient deze MHWS verklaring in het  informatie attribuut van de kabel feature (CBLOHD) te worden vastgelegd.

Gebruikte bronnen voor het bepalen van de MHWS waarden bij bruggen (2017):

  • Het rapport “Corridoranalyse containerhoogte” [juli 2015] bevat MHWS waarden van vaste bruggen op de hoofdvaarwegen.
  • Voor het benedenrivieren gebied geldt het “grenspeil” als MHWS waarde. RWS WestNederlandZuid heeft voor de waterstandstations in dit gebied deze Grenspeilen RMM RWS WNZ vastgelegd. Diverse bruggen liggen niet altijd direct bij een waterstandstation. in dat geval is op basis van de afstanden tussen de brug en waterstandstations een MHWS waarde van de brug bepaald.
  • In alle andere gevallen is “de verhoogde waterstand” uit de waterinfo.nl gebruikt. zie dit voorbeeld met detail informatie

Verticale Datum IENC (verdat)
De verticale datum ( het referentievlak ) wordt per IENC vastgelegd in de “header” van de cel. De mogelijkheden voor het coderen van verdat bij onderdoorvaarthoogte informatie zijn: bij de gemiddelde waterstand (33 Local mean water reference level) of 43 (Dutch High Water Reference Level (MHW). Mocht een brug in dezelfde IENC gecodeerd zijn, waarbij deze brug over een aansluitende vaarweg ligt met een afwijkend referentievlak, dan is het nodig het verdat attribuut te coderen, tenzij deze dit afwijkend referentievlak als gebied (vlak) als meta informatie van een IENC is vastgelegd (zie C.1.5). Dit kan voorkomen op een kruising waar een kanaal (streefpeil) aansluit bij een rivier (MHWS). Bijv. aansluiting Twentekanaal – Gelderse IJssel.

Statische versus dynamische doorvaarthoogte informatie

Diverse RIS functies, zoals bijvoorbeeld reisplanning in een rivierengebied, gaat men mogelijk anders om met doorvaarthoogte informatie. In plaats van publicatie van de statische (veiligste) doorvaarthoogte informatie kan gewerkt worden met actuele waterstanden.
Dit verschil van benadering wordt in het figuur hieronder verklaart. Zie eventueel figuur uitvergroot

Zichtbaarheid en extra informatie over het profiel van de brug kan worden verkregen door gebruik te maken van het picture attribuut:  PICREP

U.1.1 Maximaal toegestane afmetingen

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie ( vrij vertaald  )

Vaarweg(deel)gebied waarvoor een wettelijke regeling met betrekking tot de maximaal toegestane afmetingen schip bestaat.


Codeerinstructies

Maximale afmetingen dienen gecodeerd te worden, indien voor een bepaald vaarweg(deel)gebied regelgeving met betrekking tot de maximaal toegestane afmetingen van het schip bestaat.

zie ook algemene instructie  U.

EG codeerinstructie:  u-1-1-maximum-permitted-ship-dimensions


Aandachtspunten

Bron voor deze informatie is wetten.overheid.nl
De tekstuele broninformatie moet omgezet worden naar gebiedsinformatie, waarbij eventueel reeds bestaande geometrie hergebruikt kan worden, b.v.: FAIRWY (I.1.4), wtware (L.3.1).

Sluiskolken ( G.4.3) kunnen ook maximaal toegestane afmetingen hebben.
Soms meerdere soorten afmetingen. bv Belfeld en Sambeek. In dat geval wordt het lockbasin gebied tweemaal hergebruikt.

NB de maximale toegestane afmetingen wordt als netwerkinformatie ook aangeboden via vaarweginformatie.nl. Deze informatie kan verouderd zijn; het is daarom raadzaam de benodigde informatie te betrekken van  wetten.overheid.nl .

Zie ook het RPR   artikel 11.2 voor Bovenrijn, Waal en Nederrijn

Voorbeeld van uitwerking
De Maximaal Toegestane Afmetingen worden als een vlal ( polygoon) vastgelegd. Veelal kan dezelfde geometrie gebruikt worden die gebruikt wordt voor het vastleggen van de vaargeul (FAIRWY). Het aantal attributen is groot. Ook zijn er veel mogelijkheden om de attributen te vullen ( zie Feature Catalog). Het coderen geschiedt per type beperking.
Hieronder als voorbeeld een uitwerking voor de Waal. De Waal valt onder het RPR gebied.
In dit voorbeeld zijn drie lagen gecodeerd. Twee hebben betrekking op zesbaks duwvaart en één voor een schip in het algemeen.


Objectcodering

lg_sdm(A)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

G.1b Doorvaartbreedte informatie in de IENC

Definitie

De doorvaartbreedte van bijv. een brug in de IENC , is de beschikbare  breedte voor veilige navigatie. Dit kan al dan niet hetzelfde zijn als de totale fysieke breedte van de doorvaart opening.

Toelichting

Het is belangrijk om bij de bepaling van doorvaartbreedte rekening te houden met het bevaarbare deel onder de ( soms licht gebogen en of schuin aflopende ) overspanning. De begrenzing van de doorvaartbreedt kan met speciale brugmarkering zijn aangegeven, maar ook kan onder de overspanning de vaargeulbreedte zijn gemarkeerd. Deze begrenzingen worden meegenomen bij brugmetingen en zijn terug te vinden in de meetrapporten.
De Richtlijn Vaarwegen 2017 geeft bij een krap profiel ook een beschrijving van het bevaarbaar gedeelte bij een vaste brug. (paragraaf 5.4)

Zichtbaarheid en extra informatie over het profiel van de brug kan worden verkregen door gebruik te maken van het picture attribuut:  PICREP

L.3.2 Afstandsmarkering langs de vaarwegas

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Deze afstandsmarkering geeft de afstand aan,  gemeten vanaf een oorsprong en is virtueel gepositioneerd op de vaarwegas, die wordt gebruikt als referentie langs de waterweg.
(vrij vertaald)


Codeerinstructies

EVA codeerinstructie: 78-l-3-2-distance-mark-along-waterway-axis
EG codeerinstructie: nog doen


Aandachtspunten

De virtuele afstandsmarkering moet als “connected node” op de vaarwegas gecodeerd worden.

In Nederland hanteren we de volgende uitgangspunten voor het coderen van “waterway axis with kilometres indication” :

  • Alleen bij rivieren en kanalen, die afstandsmarkering langs de oevers hebben, worden op de vaarwegas kilo- hecto- meter indicaties als connected nodes gecodeerd,
  • Voor estuaria (getijde gebied) en grote wateren zal de vaarwegas in beperkt mate worden gecodeerd ( bijvoorbeeld alleen de hoofd route). De vaarwegassen  van estuaria en grote wateren kennen geen kilo- hecto- meter indicaties ( als connected nodes).

Objectcodering

dismar

wtwaxe

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

L.1.4 Vaarwegas

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

De as van de vaarweg kan worden gedefinieerd door bijvoorbeeld: 1. de middenlijn van een vaargeul, 2. de middellijn van een vaarweg.  (de vaarweg bedekt het  bevaarbaar gedeelte van een rivier of een kanaal)


Codeerinstructies

De vastgelegde grenzen van het bevaarbaar water (FAIRWY) zijn van belang bij het vastleggen van de vaarwegas. Zie  I.1.4 Vaarweg/ 

In de product specificaties van de Inland ECDIS standaard is aangegeven dat het coderen van “  waterway axis with kilometres indication” een vereiste is. De vaarwegas kan onder andere gebruikt worden bij het oriëntatie van het kaartbeeld.

Voor estuaria (getijde gebied) en grote wateren geldt dat dan virtueel meerdere vaarwegassen  gecodeerd zou kunnen worden. Het coderen van de vaarwegas in dit soort wateren kan zelfs een veiligheidsrisico worden. Loodsen hebben aangegeven dat een vaarweg as wel eens als een soort van recommended track kan worden geïnterpreteerd.

In Nederland hanteren we de volgende uitgangspunten voor het coderen van “waterway axis with kilometres indication” :

  • Alleen bij rivieren en kanalen, die afstandsmarkering langs de oevers hebben, worden op de vaarwegas kilo- hecto- meter indicaties als connected nodes gecodeerd,
  • Voor estuaria (getijde gebied) en grote wateren zal de vaarwegas in beperkt mate worden gecodeerd ( bijvoorbeeld alleen de hoofd route voor de binnenvaart). De vaarwegassen  van estuaria en grote wateren kennen geen kilo- hecto- meter indicaties ( als connected nodes).

De vaarwegas dient voorzien te zijn van een CEMT klasse en de naam van de vaarweg.

Wijziging  CEMT-klasse ( bron RVW2020)

Om de CEMT-klasse van een rijksvaarweg te wijzigen, doet de directeur-generaal RWS het
voorstel aan zijn ambtgenoot van DGLM.
Gaat het om niet-rijksvaarwegen, dan gaat het voorstel rechtstreeks naar DGLM. Deze zal toetsen of de betreffende vaarweg aan de Richtlijnen Vaarwegen voldoet bij toekenning van de gevraagde hogere klasse. De beslissing van de ECE wordt door DGLM aan Rijkswaterstaat en andere betrokkenen bekend gemaakt, opdat zij in
wetgeving, almanakken, kaarten en databestanden kan worden opgenomen.
Indien de desbetreffende vaarweg voorkomt in het Blue Book, zal DGLM de ECE verzoeken de gewijzigde
CEMT-klasse hierin over te nemen.
Voor een tijdelijke wijziging van de afmetingen behorende bij een bepaalde CEMT-klasse, zoals
een beperking van de diepgang, bijvoorbeeld door achterstallig baggerwerk, of een vaarwegversmalling is een verkeersbesluit volgens de gangbare procedures nodig. Hiertoe is de bevoegde autoriteit de verantwoordelijke instantie, zoals bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet
Voor naamgeving van vaarwegen is een specifiek object SEAARE beschikbaar. Zie D1.3.  Echter bij een evaluatiebijeenkomst met Inland ECDIS providers bleek dat het coderen met behulp van SEAARE terughoudend moet worden uitgevoerd ( teveel informatie op de kaart). De voorkeur gaat uit om de vaarweg naam te coderen via de vaarwegas met behulp van het attribuut OBJNAM. De Inland ECDIS toont zodoende de vaarwegnaam dan niet in de kaart, maar in het informatiegedeelte van de Inland ECDIS.
NB In Nederland bestaan ook routenamen. Routenamen worden niet gecodeerd in het attribuut OBJNAM.


Aandachtspunten

De vaarwegas kan op verschillende manieren gedefinieerd worden,  door (1) de middellijn van een (gemarkeerde) vaargeul  en  (2) de middellijn van een vaarweg ( bevaarbaar gedeelte ) .
De  voorkeur gaat uit naar de eerste “middellijn door door de vaargeul”.

De vaarwegas  dient (indien aanwezig ) te worden voorzien van afstandsmarkering  ( met kilometer-, hectometer- aanduiding . Idealiter is de vaarwegas een continue lijn, die op iedere positie midden op de vaarweg ligt.

Voorbeeld van de vaarweg as met gekoppelde afstandsmarkering (connected nodes)

Dit voorbeeld  toont dat de middellijn zowel in het midden van de  fairway kan liggen maar bovenin is te zien dat hier afgeweken kan worden. De zwaaiplaats (rechts) wordt hier niet meegenomen bij het bepalen van de middellijn


Objectcodering

wtwaxe (L)

Vaarwegnaam
(M) OBJNAM = [naam vaarweg of vaarwegdeel]

CEMT klasse
(O) catccl = [1 (0 kleine vaartuigen [w.o.recreatievaart]), 2 (I spits), 3 (II Kempenaar), 4 (III Dortmund-Eems schip ), 5 (IV Rhine-Herne schip), 6 (Va Groot Rijn schip;  1-baks duwvaart ), 7 (Vb 2-baks vaart; lange formatie), 8 (VIa 2-baks vaart;  brede formatie ), 9 (VIb 4-baks vaart ), 10 (VIc 6-baks vaart ), 11 (geen  CEMT klasse)]

(M) SCAMIN =  22000

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

De vaarwegas  kent relaties met objecten uit de RISindex, bv L.3.2 afstandsmarkering langs de vaarwegas en juncties (netwerk knooppunten)

zie paragraaf 2.6 uit de Specificaties RISindex NL


Referenties

Opbouw digitaal netwerk ( CoRISMA )

Zie ook Resolutie 92/2 CEMT

I.3.4 Waterstand meetstation

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Instrument dat de

 

in aanbouw


Codeerinstructies

EG codeerinstructie:  i-3-4-waterway-gauge

 


Aandachtspunten

Indien een waterstand meetstation is gepostioneerd  nabij een  brug ( of bovenleiding),  dan wordt aanbevolen deze ook te koppelen door middel van het C_AGGR-object van die brug ( of bovenleiding).

zie ook G.1a Doorvaarthoogte in de IENC

 


Objectcodering

Object Class = wtwgag(P)

 

(M) SCAMIN =  22000


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

Overzicht van de vele attributen , die afzonderlijke peilen bevatten. Dit figuur is een update van de versie uit de IENC Encoding guide. (other waterlevel is toegevoegd)

Voorbeeld van een waterstand meetstation in de IENC


Referenties

 

I.1.4 Vaarweg

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Het door de vaarwegbeheerder aangewezen bevaarbare deel van een rivier, kanaal,  haven(aanloop), enzovoort,  waar een bepaalde waterdiepte binnen een bepaalde breedte continu beschikbaar voor navigatie van grotere schepen *).
(vrijvertaald van definitie volgens International Maritime Dictionary, 2nd Ed.)

*) De term “grotere schepen” is nogal vaag. Globaal kan hiervoor de lading-vervoerende beroepsvaart worden aangemerkt:(motorvrachtschepen, duwstellen en koppelverbanden), aangevuld met zeevaart en passagier vaart.

Codeerinstructies

EG : i-1-4-fairway

 

 


Aandachtspunten

Indien de grenzen van het bevaarbaar water door de vaarwegbeheerder als vaarweg(geul) is  vastgelegd, dat moet dit gebied als FAIRWY in de IENC gecodeerd worden.

Onder de vaarweg(geul) dient diepteinformatie gecodeerd te zijn.
(De mogelijkheid om met het FAIRWY object ook diepte te coderen is niet toegestaan, omdat het niet mogelijk is een referentiepeil mee te coderen.)

Dieptegebieden kunnen gecodeerd  worden volgens instructie  I.1.5 Vaarwegdiepte / Projectdiepte) , wanneer de vaarwegbeheerder voor een vaarweg(deel) een nautische ( gegarandeerde) diepte heeft vastgesteld. Ook kan de “werkelijke” diepte worden gecodeerd  volgens instructie  I.1.1 Diepten ten opzichte één referentievlak/.

Deze vastgelegde grenzen van het bevaarbaar water (FAIRWY) zijn van belang bij het vastleggen van de L.1.4 Vaarwegas

Zie  L.1.3 indien er een vaargeulscheiding  met een eenrichtingsverkeerregeling bestaat.


Objectcodering

FAIRWY (A)

SCAMIN = [90000]


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Zie ook :

I.3.3 Hoogteschaal voor doorvaarthoogte

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Instrument dat de verticale speling toont tussen het actuele werkelijke waterniveau en geïsoleerde gevaren boven het waterpeil, zoals onderkant brug, bovenleidingen enz.


Codeerinstructies

EG codeerinstructie:  


Aandachtspunten

De werkelijke doorvaarthoogte kan worden aangegeven door een analoge schaal (bijv. door vaste “omgekeerde schalen” op pylonen van bruggen – men kan de vrije ruimte direct op het waterniveau) of digitaal (bijv. door een display [DRIP]).

Bij toepassen van (voor)hoogteschalen bij  brug en of bovenleiding, dan is het coderen verplicht.

Bij toepassen van (voor)hoogteschalen bij  brug ( of bovenleiding),  dan wordt aanbevolen deze ook te koppelen door middel van het C_AGGR-object van die brug ( of bovenleiding).

zie ook G.1a Doorvaarthoogte in de IENC

 


Objectcodering

Object Class = sistaw(P)

(M) catsiw = [16 (hoogwaterschaal voor doorvaarthoogte )]

(M) SCAMIN =  22000


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

Voorbeeld van een hoogteschaal voor doorvaarthoogte in de IENC


Referenties

 

I.3.2 Hoogwater markering

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Instrument  of markering  dat  officiële bereikte hoogwaterstanden aangeeft.


Codeerinstructies

EG codeerinstructie:  i-3-2-high-water-mark  


Aandachtspunten

De officieel bereikte hoogwaterstand kan worden aangegeven door analoge markering  (bijv. door tekens of door een hoogteschaal) of digitaal digitaal (bijvoorbeeld door een display ).

 


Objectcodering

Object Class = sistaw(P)

(M) catsiw = [15 (hoogwater markering )]

(M) SCAMIN =  22000


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

Voorbeeld van een hoogwatermarkering in de IENC


Referenties