G.4.4 Sluisdeelkolk

Publicatie datum: 2017-01-14

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een sluiskolk wordt soms opgegedeeld. (o.a. i.v.m watermanagement). Een sluisdeelkolk is een aan weerszijden afsluitbare dok (bak), waarin door aanpassing van het waterpeil, schepen van het ene op het andere niveau worden gebracht.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

zie ook G.4.3 Sluiskolk

EVA codeerinstructie: 48-g-4-4-lock-basin-part
EG codeerinstructie: g-4-4-lock-basin-part


Aandachtspunten

Bij het  publiceren informatie van kolkdimensies moet rekening gehouden worden met het lokale ontwerp. Meerdere vormen komen voor in Nederland die niet altijd goed aansluiten bij de standaard.

bv schutlengte eb en vloeddeurenschutlengte-vin

Kolklengte
Fysieke lengte van de (totale) kolk, uitgedrukt in meters.

Schutlengte 
Bij nieuwe sluizen is de schutlengte genomen tussen de stopstrepen, bij oude sluizen van ebdeurkast tot ebdeurkast.
Schutlengte (eb)
De overeengekomen lengte, uitgedrukt in meters, die benut kan worden voor het schutten. Indien er sprake is van eb- en vloeddeuren, wordt hier de schutlengte bij gebruik van ebdeuren bedoeld.
Schutlengte (vloed)
De overeengekomen lengte, uitgedrukt in meters, die benut kan worden voor het schutten bij gebruik van vloeddeuren.

Diepteinformatie

Ook publicatie van diepte informatie op de drempels vraagt aandacht.


In de ViN database zijn de volgende referenties te vinden: Zie ViN Algemeen

Drempeldiepte be/bu
De hoogte van de drempel bij het beneden- of buiten-hoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het streefpeil geldend aan beneden/buiten- hoofdzijde sluis of NAP*, uitgedrukt in meters.
NB NAP* : NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard; o.a. OLW, OLR, LAT zijn de juiste referentievlakken op rivieren
Drempeldiepte tussen
De hoogte van de drempel bij het tussenhoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het laagste streefpeil of t.o.v. NAP*, uitgedrukt in meters.
Notatie:
Het betreft hier de waarde van de minste drempeldiepte. In geval van een Kanaal: referentievlak = het streefpeil. Wanneer er een zomer- en een winterpeil aanwezig zijn, dan zijn de opgegeven maten altijd t.o.v. het winterpeil. In geval van een rivier of tijgebied: referentievlak = NAP*.
De volgende situatie’s kunnen zich voor doen:
A Streefpeil aan beide zijden.
De dieptebeperking wordt beschreven t.o.v. het laagste streefpeil, vervolgens wordt in het veld “referentievlak tussen” vermeld welk streefpeil is gekozen. 

B Streefpeil aan de ene zijde van de sluis en NAP* aan de andere zijde. 
De dieptebeperking wordt dan beschreven t.o.v. het streefpeil, vervolgens wordt het veld “referentievlak tussen” ingevuld. Eventueel kan de NAP*-waarde vermeld worden in het opmerkingenveld. 

Drempeldiepte bo/bi
De hoogte van de drempel bij boven- of binnenhoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het streefpeil geldend aan boven/binnenhoofdzijde sluis of NAP*, uitgedrukt in meters.
Referentievlak tussen
Aanduiding die verwijst aan welk referentievlak bij een sluis (beneden/buiten of boven/binnen) de dieptematen van de tussendrempel zijn gerelateerd. 
• BENEDEN/BUITEN

 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

lkbspt (A) , C_AGGR()

Door de beheerder (autoriteit) aangegeven maximale kolk dimensies moeten gecodeerd worden met : (M) horcll ; (M) horclw ;
TXTDSC voor bedieningstijden


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia:

Tags Onderwerpen: C_AGGR, G.4.4, lkbsptEncoding Guide 2.4: G.4.4