G.4.3 Sluiskolk

Datum vaststelling: 24-10-2022


Definitie

Een sluiskolk is een aan weerszijden afsluitbare dok (bak), waarin door aanpassing van het waterpeil, schepen van het ene op het andere niveau worden gebracht.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies


Aandachtspunten

Bij het publiceren informatie van kolk dimensies moet rekening gehouden worden met het lokale ontwerp van de sluis. Meerdere vormen komen voor in Nederland die niet altijd goed aansluiten bij de standaard.
Hieronder een theoretisch voorbeeld van een sluiskolk.

Schematische voorstelling van objecten in een sluiscomplex

In dit voorbeeld worden diverse te coderen attributen weergegeven. Aan de linkerzijde van de kolk is de waterstand dynamisch en aan de rechterzijde een streefpeil.

Aan de linkerzijde is de drempel en liftdeur gecodeerd als lijn, terwijl aan de rechterzijde deze informatie is gecodeerd als vlak. Dit voorbeeld toont verschillende horizontale afmetingen. Zo kan een verschil gecodeerd worden tussen de fysieke kolkbreedte (HORWID) en de door de beheerder vastgestelde schutbreedte (horclw). Ook kan de invaartbreedte van de doorvaartopening (HORCLR van gatcon) gecodeerd worden.
Zo is het ook mogelijk om de fysieke kolklengte (HORLEN) en de door de beheerder vastgestelde schutlengte (horcll) te coderen. Het coderen van de fysieke kolkafmetingen (HORLEN en HORWID) is optioneel. Alleen coderen wanneer bijvoorbeeld de kolkwijdte significant afwijkt van vastgestelde schutbreedte.  *)
Voor het bepalen van de schutlengte en de positie van de stopstrepen zie de Richtlijnen Vaarwegen.

Hoogte- en diepte-informatie
Het zijaanzicht van dit voorbeeld toont blauwe en oranje pijlen. Het verschil is dat de blauwe pijlen de meest veilige waarden voor waterdiepte en onder doorvaarthoogte aangeven, terwijl de oranje pijlen de hoogte ten opzichte van NAP* aangeven.

NAP*: NAP (IES reflev = 3) is geen geldend referentievlak binnen de Inland Ecdis standaard om bijv. waterdiepte te coderen; o.a. voor rivieren zijn OLW, OLR, LAT daar de juiste referentiepeilen voor.
(Zie de tabel met OLR en OLW waarden per kilometer: OLR2012_rkm  en het werkdocument OLW : olw2011BenedenRivieren .)

De hoogte informatie t.o.v. NAP (oranje pijlen) wordt veelal gebruikt bij het proces van aanleg en onderhoud; de informatiebehoefte van scheepvaart (Inland IENC) richt zich op waterdiepte informatie (blauwe pijlen).

In dit voorbeeld ligt de gehele sluis boven NAP, maar in de lagere gebieden in Nederland kan deze drempelhoogte ook beneden NAP liggen.

Informatie over de drempels van een sluiskolk dient op twee manieren te worden vastgelegd, namelijk als drempelhoogte t.o.v. NAP (oranje pijlen) en als waterdiepte op de drempel, ook wel drempeldiepte genoemd (blauwe pijlen).
Aan de linker zijde van het voorbeeld is het referentievlak met MLWS “maatgevend laagwater voor de scheepvaart” gecodeerd (vaak met beneden/buiten aangeduid)  en aan de rechterzijde van het voorbeeld is het streefpeil gecodeerd als referentievlak (vaak met boven/binnen aangeduid).

Toelichting over vaarwater met een streefpeil
Voor kanalen, gekanaliseerde rivier secties en meren zijn streefpeilen vastgelegd waarbij onderscheid gemaakt is tussen soorten peil, zoals “meerpeil”, “boezempeil”, “kanaalpeil”, “stuwpeil”.
Een streefpeil is een door de beheerder nagestreefd peil dat ook is vastgelegd is in de Waterakkoorden.
Een streefpeil kan negatief en positief afwijken door verschillende oorzaken, zoals: seizoensgebonden variaties: zomer- en winterpeil; opwaaiing door wind in de lengterichting van het kanaal; opzet als gevolg van de afvoer van regenwater en translatiegolven als gevolg van het legen van sluiskolken. Een afwijking van het streefpeil kan dus verschillend samengesteld zijn en vormt daarmee een grote onzekerheid bij het bepalen van een onder-doorvaarthoogte of een waterdiepte op de drempel.

Daarom is besloten om op vaarwater met een streefpeil het vastgelegde peil (waterakkoord) te gebruiken als referentiepeil voor het bepalen van een onder-doorvaarhoogte en de waterdiepte op de sluiskolkdrempel.

Voor het coderen van liftdeuren, zie ook Onder doorvaarthoogte informatie in de IENC en paragraaf G.4.5 Sluisdeur.
Een sluis met deelkolken heeft ook een tussendrempel. Voor deze drempel wordt de drempelhoogte t.o.v. NAP vastgelegd. Ook wordt de waterdiepte op de tussendrempel vastgelegd door de kleinste waterdieptewaarde van de buitenste drempels over te nemen. In het voorbeeld is dat de waterdiepte van de linkerzijde (be/bu).
Zie ook Algemene instructies B paragraaf D.

Inland Ecdis standaard 2.5.1 en referentiepeilen
In de huidige Inland Ecdis standaard (IES 2.4) bleek het niet mogelijk om het MLWS en of streefpeil plus de waarde daarvan te coderen bij een sluis. Binnen de editie IES2.5 kunnen deze missende attributen gecodeerd worden:
• vcrlev om MLWS en of streefpeil te duiden, bijv. “OLR 2012” of “stuwpeil Grave”;
• vcrval om de waarde van de betreffende MLWS en of streefpeil te coderen.
De verwachting is dat april 2023 de IES2.5 standaard van kracht wordt.
Dus op dit moment dienen deze twee attributen als tekst in het INFORM attribuut gecodeerd te worden.

Let op
De IENC drukt de dimensie waarden uit in meters (x.xx bijv. 3.15m), terwijl diverse RIS ontwikkelingen (EURIS) de waarden uit drukken in cm (315cm).

Het komt voor dat er voor een sluiskolk wettelijk maximum toegestane afmetingen geldt. In dat geval dient voor deze kolk een Legal ECDIS object gecodeerd te worden.
Zie  Maximum Toegestane Afmetingen

Naam van de sluis
De naam van de sluis of sluis/stuw complex moet met communicatie gebied worden gecodeerd. zie M.4.1 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland 

zie ook de Specificaties RISindex

*) In bronsystemen moeten de waarden voor HORWID en HORLEN wel vastgelegd worden!


Objectcodering

lokbsn(A) , C_AGGR()

Door de beheerder (autoriteit) aangegeven maximale kolk dimensies moeten gecodeerd worden met : (M) horcll ; (M) horclw ;
Het attribuut TXTDSC kan gevuld worden met een “facility-file” waarmee de bedieningstijden beschikbaar worden gesteld.


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Definities van objecten en attributen zijn te vinden in de feature catalog IES 2.5