G.1.8 Kabelleiding overspanning boven de vaarweg

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie (vrij vertaald )

Kabelleiding (ketting) overspanning boven de vaarweg gedragen door pylonen.


Codeerinstructies

EVA codeerinstructie: 20-g-1-8-overhead-cable
EG codeerinstructie: g-1-8-overhead-cable


Aandachtspunten

De doorvaarthoogte van de hoogspanningslijnen wordt in de regel verkregen bij de beheerder van de vaarweg. Er zijn echter voorschriften voor bovengrondse hoogspanningslijnen NEN 1060, waarin formules staan om de veilige hoogte te berekenen.

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

cblohd(L)

(M) VERCLR = [xx.xx] (metres), e.g., 13.27,

(M) catcbl = [1 (power line), 3 (transmission line), 4 (telephone), 5 (telegraph)

wtwdis (kilometrering) Voor het invullen van wtwdis wordt de waarde van het hectometerveld uit de ISRS locationcode gebruikt; wel even door 10 delen!


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia:  voorbeeld Hoogspanningsleiding

G.4.9 Stuw / waterkering (doorvaartopening)

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een doorvaartopening van de stuw en/of kering wordt gebruikt het regelen van het waterniveau en/of ter bescherming tegen overstroming .
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

Let op : Een stuw die niet doorvaarbaar is, wordt als G.4.2. Dam / stuw gecodeerd! (met DAMCON)

Een stuw/kering is vaak onderdeel van een groter kunstwerkcomplex met sluizen. zie  ook G.4.3 Sluiskolk

Het sluis en stuwcomplex Belfeld

EVA codeerinstructie: vervallen
EG codeerinstructie: g-4-9-opening-barrage


Aandachtspunten

De kering kan met feature gatcon als lijn (L) gecodeerd worden. Dit is vooral zinvol wanneer de waterdiepte informatie op de drempel niet afwijkt van de waterdiepte informatie van het vaarweg-kanaal-pand.

Wanneer de waterdiepte op de drempel bepalend is voor de doorvaart, dan zal de gatcon als vlak (A) gecodeerd moeten worden met DEPARE.
Drempeldiepte stuw / kering
De drempeldiepte van de stuw of kering wordt beschreven (DEPARE)  t.o.v. het laagste stuw- streef- en kanaalpeil * .
NB * : NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard; o.a. OLW, OLR, LAT zijn de juiste referentievlakken op rivieren. Zie de tabel met OLR en OLW waarden per kilometer.: OLR2012_rkm  en het werkdocument OLW : olw2011BenedenRivieren .

Zie voorbeeld ” werken met OLR ” bij Sluis Weurt bij G.5.4

In de ENC header wordt bij OLR verdat 38 als sounding datum gecodeerd.
In editie 2.4 is LAT[23] en OLW[45] opgenonem als verdat. Voor de huidige editie 2.3.6 wordt  in die gevallen 31 (Local low water reference level) als verdat gebruikt.

Doorvaarthoogte (hefconstructie kering)
Bij een hefconstructie van de kering moet de doorvaarthoogte VERCLR gevuld worden. (NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard).
verdat= 32 (Local high water reference level) [en voor de IES 2.4 ; 43 (Dutch High Water Reference Level (MHW)

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV.  (gatcon is per november 2016 toegevoegd als functiecode in de RIS Index.)
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

gatcon (A,L) , C_AGGR()

(M) CATGAT = [2 (flood barrage gate)]
(M) HORCLR = [xx.x] (metres), e.g., 34.2 (doorvaartwijdte)
(C) VERCLR = [xx.xx] (metres) (doorvaarthoogte)
TXTDSC voor bedieningstijden
wtwdis (kilometrering) Voor het invullen van wtwdis wordt de waarde van het hectometerveld uit de ISRS locationcode gebruikt; wel even door 10 delen!

Met de C_AGGR feature dient de bij de stuw horende objecten, met name de schutsluis, aan elkaar gekoppeld te worden. Zo ontstaat een kunstwerkcomplex. Het C_AGGR object bevat het attribuut unlocd waarin de ISRScode geplaatst worden. Deze ISRScode heeft volgens de RIS Index Encodingguide de functie code “lokare”

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

Objectbeschrijving van sluis & kering Heumen
Deze objectbeschrijving is als voorbeeld opgenomen om te laten zien dat  met de bril van de assetmanager en/of van de operator de informatiebehoefte af kan wijken ten aanzien van de vereiste IENC informatie. Voorbeeld van verschil is het gebruik van NAP als referentievlak. Er zijn natuurlijk ook overeenkomsten! Beschrijvingen van horizontale afmetingen, waaronder maximale toegestane afmetingen zouden geen verschil moeten kennen met de IENC informatie.

Herkenbaarheid stuw onder brug
N.a.v. de aanvaring van de stuw Grave is de herkenbaarheid van de stuw onder de brug aangekaart.  Internationaal zijn de opgedane ervaringen gedeeld via  deze presentatie  IEEG May 2018 Encoding Complex situations v5


Referenties

Wikipedia: Stuw

YouTube  openen (strijken) stuw Sambeek

G.4.5 Sluisdeur

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een sluisdeur is een trek-, draai-, hef-constructie, dat de waterstand van een sluiskolk regelt.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

zie ook G.4.3 Sluiskolk

EVA codeerinstructie: 49-g-4-5-lock-gate
EG codeerinstructie: g-4-5-lock-gate


Aandachtspunten

 

Diepteinformatie

Ook publicatie van diepte informatie op de drempels vraagt aandacht.


In de ViN database zijn de volgende referenties te vinden: Zie ViN Algemeen

Drempeldiepte be/bu
De hoogte van de drempel bij het beneden- of buiten-hoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het streefpeil geldend aan beneden/buiten- hoofdzijde sluis of NAP*, uitgedrukt in meters.
NB NAP* : NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard; Het referentievlak voor drempeldiepte is de maatgevende laagwaterstand voor de scheepvaart ;o.a. OLW, OLR, LAT zijn de juiste referentievlakken op rivieren. Zie de tabel met OLR en OLW waarden per kilometer.: OLR2012_rkm  en het werkdocument OLW : olw2011BenedenRivieren .

Voorbeeld: Werken met OLR waarden
De Sluis Weurt verbindt het Maas-Waalkanaal met de Waal (ter hoogte van kilometer 887).
De OLR-waarde op kilometeraai 887 volgens de tabel is  5,04 +NAP
De oude sluis (oost)-Drempelhoogte Waalzijde: 3,00 m. + NAP. Dat betekent dat de waterdiepte ter plekke van deze drempel gecodeerd moet worden met de waarde 2,04
De nieuwe sluis (west)-> Drempelhoogte Waalzijde: 1,50 m. + NAP. Dat betekent dat de waterdiepte ter plekke van deze drempel gecodeerd moet worden met de waarde 3,54
In de objectbeschrijving van Weurt  staat deze tekst :
“De drempel van de nieuwe sluis ligt zo diep (1,50 m.) om bij een lage Waalstand toch nog schepen te kunnen schutten met een diepgang van 3,5 m.”

Het ligt voor de hand om de 4 cm inderdaad niet mee te nemen, zodat:
De oude sluis (oost)- Waalzijde met een drempeldiepte (DEPARE) van 2,00 m wordt gecodeerd.  ( DRVAL1 = 2,00 en DRVAL2 = unknown )
De nieuwe sluis (west)- Waalzijde met een drempeldiepte (DEPARE) van 3,50 m wordt gecodeerd.. ( DRVAL1 = 3,50 en DRVAL2 = unknown )

In het INFORM attribuut wordt de OLR-waarde verklaard, bv “OLR kmr. 887 =  5,04 +NAP
(Tijdens de IEEG mei 2018 is ontdekt dat het sdrval-attribuut voor sounding datum reference value ontbreekt in de Feature Catalogue. In dit attribuut zou 5,04 gecodeerd moeten worden. De voorlopige oplossing is het INFORM veld te gebruiken.)

In de ENC header wordt bij OLR verdat 38 als sounding datum gecodeerd.
In editie 2.4 is LAT[23] en OLW[45] opgenonem als verdat. Voor de huidige editie 2.3.6 wordt  in die gevallen 31 (Local low water reference level) als verdat gebruikt.

Bij hefdeuren gelden de zelfde regels als bij doorvaarthoogte bij bruggen.
zie G.1

Aan de NAP zijde (rivier of getijde) van de sluiskolk (met hefdeuren) is de doorvaarthoogte nooit zeker , maar daarom wordt uitgegaan  van de maatgevende hoogwaterstand voor de scheepvaart als referentievlak .  dit kan bv 10 meter zijn t.o.v. MHW.
Aan de streefpeil zijde van een sluis met hefdeur is het referentievlak dan ook het streefpeil ( kanaalpeil polderpeil , stuwpeil etc )

In de IENC kan je de beide lockgates als zodanig coderen.

 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

gatcon , C_AGGR(), DEPARE

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia:

G.4.8 Speciaal kunstwerk ( bv naviduct, aquaduct)

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Speciaal kunstwerk ( bv naviduct, aquaduct)
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: 51-g-4-8-exceptional-navigational-structure
EG codeerinstructie: g-4-8-exceptional-navigational-structure


Aandachtspunten

 

Wanneer de waterdiepte op de drempel bepalend is voor de doorvaart, dan zal de gatcon als vlak (A) gecodeerd moeten worden met DEPARE.
Drempel(water)diepte 
De drempel(water)diepte van een speciaal kunstwerk (bv aquaduct, sifon,..)  wordt beschreven (DEPARE)  t.o.v. het laagste stuw- streef- en kanaalpeil * . (Indien waterdiepte niet bekend is dan moet DEPARE gevuld zijn met ‘UNKNOWN’. )
NB * : NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard; o.a. OLW, OLR, LAT zijn de juiste referentievlakken op rivieren 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV.  (gatcon is per november 2016 toegevoegd als functiecode in de RIS Index.)

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

excnst (A,L) , C_AGGR()

(M) DEPARE : x.x] (metres), e.g., 2.7 or UNKNOWN
(M) catexs = [ 2 (Aqueduct) ]

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV.
Deze ISRScode heeft volgens de RIS Index Encodingguide de functie code “spec_con”
wtwdis (kilometrering) Voor het invullen van wtwdis wordt de waarde van het hectometerveld uit de ISRS locationcode gebruikt; wel even door 10 delen!

Met de C_AGGR feature wordt een tunnel (G.1.7 Tunnel) gekoppeld, waarmee de naam van het aquaduct in het attribuut OBJNAM kan worden gecodeerd.

Met de C_AGGR feature kan ook het unlocd attribuut worden gevuld, maar omdat unlocd als gevuld is bij de feature wordt dit C_AGGR feature niet gevuld.

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

 

 


Referenties

Wikipedia: Aquaduct_(watergang)

 

M.1.4 Ligplaats met goederenoverslag

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een aangewezen plaats, met naam of (oeverfront)nummer, aan de oever van de vaarweg of havenbekken voor het afmeren van schepen, waar overslag van lading plaats kan vinden.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: –
EG codeerinstructie:  M.1.4


Aandachtspunten

Wanneer de grenzen van de ligplaats onbekend is moet een breedte van drie scheepsbreedten (± 33,6 meter) worden aangehouden.
Wanneer de grenzen van de ankerplaats bekend is dan dient deze markering geassocieerd te worden met dit gebied  (C_ASSO). Aan de wal is  de ligplaats met de CEVNI tekens E.5 – E.5.15, E.6 E.7 of E.7.1 gemarkeerd. (zie O.3.1. Borden)

Een eventueel bekende minste waterdiepte coderen met DRVAL1.
(Indien DRVAL1 is gevuld ook  QUASOU, SOUACC, verdat coderen)

Bij de ligplaats behorende infrastructuur zoals palen pieren moeten met SLCONS features gecodeerd worden. ((M) CATSLC  en (M) WATLEV )

Een eventuele maximale ligduur dient in het INFORM veld vastgelegd te zijn. In het TXTDSC veld kan eventueel een faciliteiten(bedieningtijden) -xml-bestand, met de ISRS Location code als naam, worden opgenomen.

Indien de al daar te behandelen ladingsoort bekend is, dient dit gecodeerd te worden met attribuut trshgd = [1 (containers), 2 (bulkgoederen), 3 (olie), 4 (brandstof), 5 (chemie), 6 (vloeibare producten), 7 (explosieve goederen), 8 (vis), 9 ( auto’s), 10 (stukgoed)]

Soort ligplaats en de aanduiding of wel of niet schepen met gevaarlijke lading kan worden toegelaten moet worden gecodeerd. (catach, catdng).

Borden bij de klasse van gevaarlijke goederen in overeenstemming met de ADN en CEVNI:
1 (één blauw licht / kegel, CEVNI tekens E.5.5, E.5.9, E.5.13),
2 (twee blauwe lichten / kegels, CEVNI tekens E.5.6, E .5.10, E.5.14),
3 (drie blauwe lichten / kegels, CEVNI tekent E.5.7, E.5.11, E.5.15),
4 (geen blauwe lichten / kegels, CEVNI tekens E.5 4, E.5.8, E.5.12)

NB Op de oever bij de ligplaats met goederenoverslag is vaak een te coderen terminal(s) te vinden. zie G.3.19 Terminal

 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

berth(A,,), SLCONS(A,L)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia: zie ook Kegelschepen en ligplaatsen

M.1.3 Ligplaats zonder goederenoverslag

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een aangewezen plaats, met naam of (oeverfront)nummer, aan de oever van de vaarweg of havenbekken voor het afmeren van schepen, zonder overslag van lading.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: NVT
EG codeerinstructie:  M.1.3


Aandachtspunten

Wanneer de grenzen van de ligplaats onbekend is moet een breedte van drie scheepsbreedten (± 33,6 meter) worden aangehouden.
Wanneer de grenzen van de ankerplaats bekend is dan dient deze markering geassocieerd te worden met dit gebied  (C_ASSO). Aan de wal is  de ligplaats met de CEVNI tekens E.5 – E.5.15, E.6 E.7 of E.7.1 gemarkeerd. (zie O.3.1. Borden)

Een eventueel bekende minste waterdiepte coderen met DRVAL1.
(Indien DRVAL1 is gevuld ook  QUASOU, SOUACC, verdat coderen)

Bij de ligplaats behorende infrastructuur zoals palen pieren moeten met SLCONS features gecodeerd worden. ((M) CATSLC  en (M) WATLEV )

Een eventuele maximale ligduur dient in het INFORM veld vastgelegd te zijn. In het TXTDSC veld kan eventueel een faciliteiten(bedieningtijden) -xml-bestand, met de ISRS Location code als naam, worden opgenomen.

Type ligplaats en de aanduiding of wel of niet schepen met gevaarlijke lading kan worden toegelaten moet worden gecodeerd. (catach, catdng).

Borden bij de klasse van gevaarlijke goederen in overeenstemming met de ADN en CEVNI:
1 (één blauw licht / kegel, CEVNI tekens E.5.5, E.5.9, E.5.13),
2 (twee blauwe lichten / kegels, CEVNI tekens E.5.6, E .5.10, E.5.14),
3 (drie blauwe lichten / kegels, CEVNI tekent E.5.7, E.5.11, E.5.15),
4 (geen blauwe lichten / kegels, CEVNI tekens E.5 4, E.5.8, E.5.12)

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

berth(A,,), SLCONS(A,L)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia: zie ook Kegelschepen en ligplaatsen

M.1.2 Ankerplaats

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een gebied waar één schip of samenstel voor anker ligt of kan ankeren
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: –
EG codeerinstructie:  m-1-2-anchorage-berth


Aandachtspunten

Wanneer de grenzen van de ankerplaats onbekend is moet een breedte van drie scheepsbreedten (± 33,6 meter) worden aangehouden.
Wanneer de grenzen van de ankerplaats bekend is dan dient deze markering geassocieerd te worden met dit gebied  (C_ASSO). Soms is aan de wal dit gebied met de CEVNI tekens E.5 – E.5.15 of E.6 gemarkeerd. (zie O.3.1. Borden)

Een verbod op gebruik van spuds op de ankerplaats moet met attribuut restrn = 38 gecodeerd te worden.

Type ankerplaats en de aanduiding of wel of niet schepen met gevaarlijke lading kan worden toegelaten moet worden gecodeerd. (catach, catdng).

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

achbrt(A)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia: zie ook Rede ankerplaats

M.1.1 Ankergebied

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een gebied waar schepen voor anker liggen of kunnen ankeren
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: niet gevuld
EG codeerinstructie:  m-1-1-anchorage-area


Aandachtspunten

Alleen als punt-informatie coderen wanneer geen begrenzingen bekend zijn.

Wanneer de grenzen van het ankergebied gemarkeerd is dan dient deze markering geassocieerd te worden met dit gebied  (C_ASSO). Soms is aan de wal dit gebied met de CEVNI tekens E.5 – E.5.15 of E.6 gemarkeerd. (zie O.3.1. Borden)
Een verbod op gebruik van spuds in het ankergebied moet met attribuut restrn = 38 gecodeerd te worden.

Type ankergebied en de aanduiding of wel of niet schepen met gevaarlijke lading kan worden toegelaten moet worden gecodeerd. (catach, catdng).

Indien de naam van het ankergebied voor navigatie oriëntatiewaarde heeft, dan deze naam gecodeerd te worden met SEAARE

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

achare(A,P), 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia: zie ook Rede ankerplaats

zie ook overheid.nl 

G.4.4 Sluisdeelkolk

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een sluiskolk wordt soms opgegedeeld. (o.a. i.v.m watermanagement). Een sluisdeelkolk is een aan weerszijden afsluitbare dok (bak), waarin door aanpassing van het waterpeil, schepen van het ene op het andere niveau worden gebracht.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

zie ook G.4.3 Sluiskolk

EVA codeerinstructie: 48-g-4-4-lock-basin-part
EG codeerinstructie: g-4-4-lock-basin-part


Aandachtspunten

Bij het  publiceren informatie van kolkdimensies moet rekening gehouden worden met het lokale ontwerp. Meerdere vormen komen voor in Nederland die niet altijd goed aansluiten bij de standaard.

bv schutlengte eb en vloeddeurenschutlengte-vin

Kolklengte
Fysieke lengte van de (totale) kolk, uitgedrukt in meters.

Schutlengte 
Bij nieuwe sluizen is de schutlengte genomen tussen de stopstrepen, bij oude sluizen van ebdeurkast tot ebdeurkast.
Schutlengte (eb)
De overeengekomen lengte, uitgedrukt in meters, die benut kan worden voor het schutten. Indien er sprake is van eb- en vloeddeuren, wordt hier de schutlengte bij gebruik van ebdeuren bedoeld.
Schutlengte (vloed)
De overeengekomen lengte, uitgedrukt in meters, die benut kan worden voor het schutten bij gebruik van vloeddeuren.

Diepteinformatie

Ook publicatie van diepte informatie op de drempels vraagt aandacht.


In de ViN database zijn de volgende referenties te vinden: Zie ViN Algemeen

Drempeldiepte be/bu
De hoogte van de drempel bij het beneden- of buiten-hoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het streefpeil geldend aan beneden/buiten- hoofdzijde sluis of NAP*, uitgedrukt in meters.
NB NAP* : NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard; o.a. OLW, OLR, LAT zijn de juiste referentievlakken op rivieren
Drempeldiepte tussen
De hoogte van de drempel bij het tussenhoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het laagste streefpeil of t.o.v. NAP*, uitgedrukt in meters.
Notatie:
Het betreft hier de waarde van de minste drempeldiepte. In geval van een Kanaal: referentievlak = het streefpeil. Wanneer er een zomer- en een winterpeil aanwezig zijn, dan zijn de opgegeven maten altijd t.o.v. het winterpeil. In geval van een rivier of tijgebied: referentievlak = NAP*.
De volgende situatie’s kunnen zich voor doen:
A Streefpeil aan beide zijden.
De dieptebeperking wordt beschreven t.o.v. het laagste streefpeil, vervolgens wordt in het veld “referentievlak tussen” vermeld welk streefpeil is gekozen. 

B Streefpeil aan de ene zijde van de sluis en NAP* aan de andere zijde. 
De dieptebeperking wordt dan beschreven t.o.v. het streefpeil, vervolgens wordt het veld “referentievlak tussen” ingevuld. Eventueel kan de NAP*-waarde vermeld worden in het opmerkingenveld. 

Drempeldiepte bo/bi
De hoogte van de drempel bij boven- of binnenhoofd van een sluis, opgegeven t.o.v. het streefpeil geldend aan boven/binnenhoofdzijde sluis of NAP*, uitgedrukt in meters.
Referentievlak tussen
Aanduiding die verwijst aan welk referentievlak bij een sluis (beneden/buiten of boven/binnen) de dieptematen van de tussendrempel zijn gerelateerd. 
• BENEDEN/BUITEN

 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

lkbspt (A) , C_AGGR()

Door de beheerder (autoriteit) aangegeven maximale kolk dimensies moeten gecodeerd worden met : (M) horcll ; (M) horclw ;
TXTDSC voor bedieningstijden


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia:

Q.2.1 Meldpunt marifoon

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie (vrij vertaald )

Op drukke vaarwegen en havens zijn meldpunten gedefinieerd waar schepen verplicht zijn zich via marifoon (VHF) te melden ten behoeve van verkeersbegeleiding vanuit bijvoorbeeld een verkeerscentrale.


Codeerinstructies

 

EG codeerinstructie: q-2-1-radio-calling-in-point


Aandachtspunten

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV
zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

rdocal(P,L)
(M) TRAFIC = [1 (inbound), 2 (outbound), 3 (one-way), 4 (two-way)]

(M) ORIENT = [unit: degree (°)]

(M) COMCHA = [[XXXX];[XXXX];…]

(M) catcom = [1 (VTS centre), 2 (VTS sector), 3 (IVS point), 4 (MIB), 5 (lock), 6 (bridge), 7 (custom), 8 (harbour)]

(M) OBJNAM = (name and/or operator/owner)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Vessel_traffic_service