U.1.1 Maximaal toegestane afmetingen

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie ( vrij vertaald  )

Vaarweg(deel)gebied waarvoor een wettelijke regeling met betrekking tot de maximaal toegestane afmetingen schip bestaat.


Codeerinstructies

Maximale afmetingen dienen gecodeerd te worden, indien voor een bepaald vaarweg(deel)gebied regelgeving met betrekking tot de maximaal toegestane afmetingen van het schip bestaat.

zie ook algemene instructie  U.

EG codeerinstructie:  u-1-1-maximum-permitted-ship-dimensions


Aandachtspunten

Bron voor deze informatie is wetten.overheid.nl
De tekstuele broninformatie moet omgezet worden naar gebiedsinformatie, waarbij eventueel reeds bestaande geometrie hergebruikt kan worden, b.v.: FAIRWY (I.1.4), wtware (L.3.1).

Sluiskolken ( G.4.3) kunnen ook maximaal toegestane afmetingen hebben.
Soms meerdere soorten afmetingen. bv Belfeld en Sambeek. In dat geval wordt het lockbasin gebied tweemaal hergebruikt.

NB de maximale toegestane afmetingen wordt als netwerkinformatie ook aangeboden via vaarweginformatie.nl. Deze informatie kan verouderd zijn; het is daarom raadzaam de benodigde informatie te betrekken van  wetten.overheid.nl .

Zie ook het RPR   artikel 11.2 voor Bovenrijn, Waal en Nederrijn

Voorbeeld van uitwerking
De Maximaal Toegestane Afmetingen worden als een vlal ( polygoon) vastgelegd. Veelal kan dezelfde geometrie gebruikt worden die gebruikt wordt voor het vastleggen van de vaargeul (FAIRWY). Het aantal attributen is groot. Ook zijn er veel mogelijkheden om de attributen te vullen ( zie Feature Catalog). Het coderen geschiedt per type beperking.
Hieronder als voorbeeld een uitwerking voor de Waal. De Waal valt onder het RPR gebied.
In dit voorbeeld zijn drie lagen gecodeerd. Twee hebben betrekking op zesbaks duwvaart en één voor een schip in het algemeen.

Voorbeeld de maximaal toegestane afmetingen van schepen op de Waal

Objectcodering

lg_sdm(A)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

G.1b Doorvaartbreedte informatie in de IENC

Definitie

De doorvaartbreedte van bijv. een brug in de IENC , is de beschikbare  breedte voor veilige navigatie. Dit kan al dan niet hetzelfde zijn als de totale fysieke breedte van de doorvaart opening.

Toelichting

Het is belangrijk om bij de bepaling van doorvaartbreedte rekening te houden met het bevaarbare deel onder de ( soms licht gebogen en of schuin aflopende ) overspanning. De begrenzing van de doorvaartbreedt kan met speciale brugmarkering zijn aangegeven, maar ook kan onder de overspanning de vaargeulbreedte zijn gemarkeerd. Deze begrenzingen worden meegenomen bij brugmetingen en zijn terug te vinden in de meetrapporten.
De Richtlijn Vaarwegen 2017 geeft bij een krap profiel ook een beschrijving van het bevaarbaar gedeelte bij een vaste brug. (paragraaf 5.4)

Zichtbaarheid en extra informatie over het profiel van de brug kan worden verkregen door gebruik te maken van het picture attribuut:  PICREP

L.3.2 Afstandsmarkering langs de vaarwegas

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Deze afstandsmarkering geeft de afstand aan,  gemeten vanaf een oorsprong en is virtueel gepositioneerd op de vaarwegas, die wordt gebruikt als referentie langs de waterweg.
(vrij vertaald)


Codeerinstructies

EVA codeerinstructie: 78-l-3-2-distance-mark-along-waterway-axis
EG codeerinstructie: nog doen


Aandachtspunten

De virtuele afstandsmarkering moet als “connected node” op de vaarwegas gecodeerd worden.

In Nederland hanteren we de volgende uitgangspunten voor het coderen van “waterway axis with kilometres indication” :

  • Alleen bij rivieren en kanalen, die afstandsmarkering langs de oevers hebben, worden op de vaarwegas kilo- hecto- meter indicaties als connected nodes gecodeerd,
  • Voor estuaria (getijde gebied) en grote wateren zal de vaarwegas in beperkt mate worden gecodeerd ( bijvoorbeeld alleen de hoofd route). De vaarwegassen  van estuaria en grote wateren kennen geen kilo- hecto- meter indicaties ( als connected nodes).

Objectcodering

dismar

wtwaxe

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

L.1.4 Vaarwegas

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

De as van de vaarweg kan worden gedefinieerd door bijvoorbeeld: 1. de middenlijn van een vaargeul, 2. de middellijn van een vaarweg.  (de vaarweg bedekt het  bevaarbaar gedeelte van een rivier of een kanaal)


Codeerinstructies

De vastgelegde grenzen van het bevaarbaar water (FAIRWY) zijn van belang bij het vastleggen van de vaarwegas. Zie  I.1.4 Vaarweg/ 

In de product specificaties van de Inland ECDIS standaard is aangegeven dat het coderen van “  waterway axis with kilometres indication” een vereiste is. De vaarwegas kan onder andere gebruikt worden bij het oriëntatie van het kaartbeeld.

Voor estuaria (getijde gebied) en grote wateren geldt dat dan virtueel meerdere vaarwegassen  gecodeerd zou kunnen worden. Het coderen van de vaarwegas in dit soort wateren kan zelfs een veiligheidsrisico worden. Loodsen hebben aangegeven dat een vaarweg as wel eens als een soort van recommended track kan worden geïnterpreteerd.

In Nederland hanteren we de volgende uitgangspunten voor het coderen van “waterway axis with kilometres indication” :

  • Alleen bij rivieren en kanalen, die afstandsmarkering langs de oevers hebben, worden op de vaarwegas kilo- hecto- meter indicaties als connected nodes gecodeerd,
  • Voor estuaria (getijde gebied) en grote wateren zal de vaarwegas in beperkt mate worden gecodeerd ( bijvoorbeeld alleen de hoofd route voor de binnenvaart). De vaarwegassen  van estuaria en grote wateren kennen geen kilo- hecto- meter indicaties ( als connected nodes).

De vaarwegas dient voorzien te zijn van een CEMT klasse en de naam van de vaarweg.

Wijziging  CEMT-klasse ( bron RVW2020)

Om de CEMT-klasse van een rijksvaarweg te wijzigen, doet de directeur-generaal RWS het
voorstel aan zijn ambtgenoot van DGLM.
Gaat het om niet-rijksvaarwegen, dan gaat het voorstel rechtstreeks naar DGLM. Deze zal toetsen of de betreffende vaarweg aan de Richtlijnen Vaarwegen voldoet bij toekenning van de gevraagde hogere klasse. De beslissing van de ECE wordt door DGLM aan Rijkswaterstaat en andere betrokkenen bekend gemaakt, opdat zij in
wetgeving, almanakken, kaarten en databestanden kan worden opgenomen.
Indien de desbetreffende vaarweg voorkomt in het Blue Book, zal DGLM de ECE verzoeken de gewijzigde
CEMT-klasse hierin over te nemen.
Voor een tijdelijke wijziging van de afmetingen behorende bij een bepaalde CEMT-klasse, zoals
een beperking van de diepgang, bijvoorbeeld door achterstallig baggerwerk, of een vaarwegversmalling is een verkeersbesluit volgens de gangbare procedures nodig. Hiertoe is de bevoegde autoriteit de verantwoordelijke instantie, zoals bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet
Voor naamgeving van vaarwegen is een specifiek object SEAARE beschikbaar. Zie D1.3.  Echter bij een evaluatiebijeenkomst met Inland ECDIS providers bleek dat het coderen met behulp van SEAARE terughoudend moet worden uitgevoerd ( teveel informatie op de kaart). De voorkeur gaat uit om de vaarweg naam te coderen via de vaarwegas met behulp van het attribuut OBJNAM. De Inland ECDIS toont zodoende de vaarwegnaam dan niet in de kaart, maar in het informatiegedeelte van de Inland ECDIS.
NB In Nederland bestaan ook routenamen. Routenamen worden niet gecodeerd in het attribuut OBJNAM.


Aandachtspunten

De vaarwegas kan op verschillende manieren gedefinieerd worden,  door (1) de middellijn van een (gemarkeerde) vaargeul  en  (2) de middellijn van een vaarweg ( bevaarbaar gedeelte ) .
De  voorkeur gaat uit naar de eerste “middellijn door door de vaargeul”.

De vaarwegas  dient (indien aanwezig ) te worden voorzien van afstandsmarkering  ( met kilometer-, hectometer- aanduiding . Idealiter is de vaarwegas een continue lijn, die op iedere positie midden op de vaarweg ligt.

Voorbeeld van de vaarweg as met gekoppelde afstandsmarkering (connected nodes)

Dit voorbeeld  toont dat de middellijn zowel in het midden van de  fairway kan liggen maar bovenin is te zien dat hier afgeweken kan worden. De zwaaiplaats (rechts) wordt hier niet meegenomen bij het bepalen van de middellijn


Objectcodering

wtwaxe (L)

Vaarwegnaam
(M) OBJNAM = [naam vaarweg of vaarwegdeel]

CEMT klasse
(O) catccl = [1 (0 kleine vaartuigen [w.o.recreatievaart]), 2 (I spits), 3 (II Kempenaar), 4 (III Dortmund-Eems schip ), 5 (IV Rhine-Herne schip), 6 (Va Groot Rijn schip;  1-baks duwvaart ), 7 (Vb 2-baks vaart; lange formatie), 8 (VIa 2-baks vaart;  brede formatie ), 9 (VIb 4-baks vaart ), 10 (VIc 6-baks vaart ), 11 (geen  CEMT klasse)]

(M) SCAMIN =  22000

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

De vaarwegas  kent relaties met objecten uit de RISindex, bv L.3.2 afstandsmarkering langs de vaarwegas en juncties (netwerk knooppunten)

zie paragraaf 2.6 uit de Specificaties RISindex NL


Referenties

Opbouw digitaal netwerk ( CoRISMA )

Zie ook Resolutie 92/2 CEMT

L.3.3 Afstandsmarkering aan de wal

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Deze afstandsmarkering geeft de afstand aan,  gemeten vanaf een oorsprong en bestaat uit een vaste en zichtbare constructie ( bv bord ) , die wordt gebruikt als referentie langs de waterweg.
(vrij vertaald)


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: 78-l-3-2-distance-mark-along-waterway-axis
EG codeerinstructie: l-3-2-distance-mark-along-waterway-axis


Aandachtspunten

Het is mogelijk om ook virtuele afstandsmarkering aan de wal zijde te coderen. Langs rivieren en kanalen wordt dit sterk ontraden omdat dit een overdaad aan (nutteloze) informatie zal veroorzaken.

 


Objectcodering

dismar

 

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

 

G.4.8 Speciaal kunstwerk ( bv naviduct, aquaduct)

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Speciaal kunstwerk ( bv naviduct, aquaduct)
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: 51-g-4-8-exceptional-navigational-structure
EG codeerinstructie: g-4-8-exceptional-navigational-structure


Aandachtspunten

 

Wanneer de waterdiepte op de drempel bepalend is voor de doorvaart, dan zal de gatcon als vlak (A) gecodeerd moeten worden met DEPARE.
Drempel(water)diepte 
De drempel(water)diepte van een speciaal kunstwerk (bv aquaduct, sifon,..)  wordt beschreven (DEPARE)  t.o.v. het laagste stuw- streef- en kanaalpeil * . (Indien waterdiepte niet bekend is dan moet DEPARE gevuld zijn met ‘UNKNOWN’. )
NB * : NAP is geen geldend referentievlak binnen de IES standaard; o.a. OLW, OLR, LAT zijn de juiste referentievlakken op rivieren 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV.  (gatcon is per november 2016 toegevoegd als functiecode in de RIS Index.)

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

excnst (A,L) , C_AGGR()

(M) DEPARE : x.x] (metres), e.g., 2.7 or UNKNOWN
(M) catexs = [ 2 (Aqueduct) ]

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV.
Deze ISRScode heeft volgens de RIS Index Encodingguide de functie code “spec_con”
wtwdis (kilometrering) Voor het invullen van wtwdis wordt de waarde van het hectometerveld uit de ISRS locationcode gebruikt; wel even door 10 delen!

Met de C_AGGR feature wordt een tunnel (G.1.7 Tunnel) gekoppeld, waarmee de naam van het aquaduct in het attribuut OBJNAM kan worden gecodeerd.

Met de C_AGGR feature kan ook het unlocd attribuut worden gevuld, maar omdat unlocd als gevuld is bij de feature wordt dit C_AGGR feature niet gevuld.

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen

 

 


Referenties

Wikipedia: Aquaduct_(watergang)

 

L.1.5 Zone met verkeersscheiding

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een gebied met een verkeersscheidingsregeling vermindert het risico op aanvaring in gebieden met een hoge verkeersinsiteit en / of convergerende verkeerstromen door  verkeerstromen te verleggen in tegenovergestelde of bijna tegengestelde richtingen. (IHO Dictionary, S-32, 5th Edition, 5585)
Een gebied met een verkeersscheidingsregeling is een gebied dat vaarbanen scheidt waar schepen in tegenovergestelde of bijna tegengestelde richtingen navigeren. of waar de vaarbanen zijn gescheiden voor bepaalde klassen van schepen die in dezelfde richting navigeren (IMO Ships Routing, 6th Edition).
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: 74-l-1-5-traffic-separation-zone
EG codeerinstructie: 


Aandachtspunten

 


Objectcodering

TSEZNE(A)

 


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia:

Verkeersscheidingstelsel ;  Verkeersscheidingstelsel op de Noordzee en International Maritime Organization, IMO

zie ook Overheid.nl 

U.1.2 Maximaal toegestane vaarsnelheid

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie ( vrij vertaald  )

Vaarweg(deel)gebied waarvoor een wettelijke regeling met betrekking tot de maximaal toegestane vaarsnelheid bestaat.


Codeerinstructies

zie ook algemene instructie  U.

EVA codeerinstructie: 118-u-1-2-maximum-permitted-vessel-speed
EG codeerinstructie:  u-1-2-maximum-permitted-vessel-speed


Aandachtspunten

Moet worden gecodeerd indien voor een bepaald vaarweg(deel)gebied regelgeving met betrekking tot de maximaal toegestane vaarsnelheid van het schip bestaat.

NB de maximale toegestane vaarsnelheid is, indien bekend,  als tekst in het item Bijzondere Bepalingen bij vaarwegbeschrijvingen op   vaarweginformatie.nl (bron Vaarwegkenmerken in Nederland) beschikbaar. Deze informatie kan verouderd zijn; maximale toegestane vaarsnelheid betreft vaak een lokale bepaling.

Het geplaatst CEVNI – bord B6 (zie O.3.2) kan een indicatie zijn van de begrenzing van het betreffenffende gebied met vaarsnelheidsbeperking.

zie onderstaand figuur situatie Stellendam :
A : Overzicht van max snelheid borden B.6
B : Op basis van (A) watervlakken uit selecteren uit topografisch bestand
C : Vlakken generaliseren tot : jachthaven en doorgaand vaarwater en eventueel bijsnijden. Zo  ontstaan de twee gebieden met maximaal toegestane snelheden 

legalecdis-v
Coderen maximale toegestane vaarsnelheid m.b.v. B.6 borden

De tekstuele broninformatie moet omgezet worden naar gebiedsinformatie, waarbij eventueel reeds bestaande geometrie hergebruikt kan worden, b.v.: FAIRWY (I.1.4), wtware (L.3.1).

 


Objectcodering

lg_vsp(A)


 

Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia : Vaart

M.1.4 Ligplaats met goederenoverslag

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een aangewezen plaats, met naam of (oeverfront)nummer, aan de oever van de vaarweg of havenbekken voor het afmeren van schepen, waar overslag van lading plaats kan vinden.
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: –
EG codeerinstructie:  M.1.4


Aandachtspunten

Wanneer de grenzen van de ligplaats onbekend is moet een breedte van drie scheepsbreedten (± 33,6 meter) worden aangehouden.
Wanneer de grenzen van de ankerplaats bekend is dan dient deze markering geassocieerd te worden met dit gebied  (C_ASSO). Aan de wal is  de ligplaats met de CEVNI tekens E.5 – E.5.15, E.6 E.7 of E.7.1 gemarkeerd. (zie O.3.1. Borden)

Een eventueel bekende minste waterdiepte coderen met DRVAL1.
(Indien DRVAL1 is gevuld ook  QUASOU, SOUACC, verdat coderen)

Bij de ligplaats behorende infrastructuur zoals palen pieren moeten met SLCONS features gecodeerd worden. ((M) CATSLC  en (M) WATLEV )

Een eventuele maximale ligduur dient in het INFORM veld vastgelegd te zijn. In het TXTDSC veld kan eventueel een faciliteiten(bedieningtijden) -xml-bestand, met de ISRS Location code als naam, worden opgenomen.

Indien de al daar te behandelen ladingsoort bekend is, dient dit gecodeerd te worden met attribuut trshgd = [1 (containers), 2 (bulkgoederen), 3 (olie), 4 (brandstof), 5 (chemie), 6 (vloeibare producten), 7 (explosieve goederen), 8 (vis), 9 ( auto’s), 10 (stukgoed)]

Soort ligplaats en de aanduiding of wel of niet schepen met gevaarlijke lading kan worden toegelaten moet worden gecodeerd. (catach, catdng).

Borden bij de klasse van gevaarlijke goederen in overeenstemming met de ADN en CEVNI:
1 (één blauw licht / kegel, CEVNI tekens E.5.5, E.5.9, E.5.13),
2 (twee blauwe lichten / kegels, CEVNI tekens E.5.6, E .5.10, E.5.14),
3 (drie blauwe lichten / kegels, CEVNI tekent E.5.7, E.5.11, E.5.15),
4 (geen blauwe lichten / kegels, CEVNI tekens E.5 4, E.5.8, E.5.12)

NB Op de oever bij de ligplaats met goederenoverslag is vaak een te coderen terminal(s) te vinden. zie G.3.19 Terminal

 

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

berth(A,,), SLCONS(A,L)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia: zie ook Kegelschepen en ligplaatsen

M.1.2 Ankerplaats

Datum vaststelling: 07-10-2015


Definitie

Een gebied waar één schip of samenstel voor anker ligt of kan ankeren
(vrij vertaald ) .


Codeerinstructies

 

EVA codeerinstructie: –
EG codeerinstructie:  m-1-2-anchorage-berth


Aandachtspunten

Wanneer de grenzen van de ankerplaats onbekend is moet een breedte van drie scheepsbreedten (± 33,6 meter) worden aangehouden.
Wanneer de grenzen van de ankerplaats bekend is dan dient deze markering geassocieerd te worden met dit gebied  (C_ASSO). Soms is aan de wal dit gebied met de CEVNI tekens E.5 – E.5.15 of E.6 gemarkeerd. (zie O.3.1. Borden)

Een verbod op gebruik van spuds op de ankerplaats moet met attribuut restrn = 38 gecodeerd te worden.

Type ankerplaats en de aanduiding of wel of niet schepen met gevaarlijke lading kan worden toegelaten moet worden gecodeerd. (catach, catdng).

Het attribute ‘unlocd’ moet zijn ingevuld met de zogenaamde ISRS location code (ISRS, International Ship Reporting Standard). De lijst met beschikbare ISRS-codes , de zogenaamde RIS-index, wordt onderhouden door RWS/CIV

zie ook uitleg ISRSLocation codes & de RIS index in Nederland


Objectcodering

achbrt(A)


Prioriteit uitgifte updates:
Dynamisch ( 2 uur – 7 dagen) / SemiDynamisch (2 weken-halfjaar) / Statisch (halfjaar-gepland)
Nauwkeurigheid : Grootschalige / Mediumschalige / Kleinschalige Topografie


Bijlagen


Referenties

Wikipedia: zie ook Rede ankerplaats