Minimale inhoud van de IENC volgens de EU verordening 909/2013
De oeverlijn (bij gemiddelde waterstand)
Oeverkunstwerken (zoals pieren, geleide werken of strekdammen — in feite elke voorziening die een gevaar kan vormen voor de navigatie
Contouren van sluizen en dammen
Grenzen van de vaargeul
Geïsoleerde gevaarlijke objecten onder water in de vaargeul
Geïsoleerde gevaarlijke objecten boven water in de vaargeul, zoals bruggen, kabeloverspanningen, enz.
Officiële navigatiehulpmiddelen (zoals tonnen, bakens, lichtseinen en verkeerstekens)
De vaarwegas met kilometer-, hectometer of mijlaanduiding
Plaats van havens en overslagmiddelen
ReferentiegegevCirkeldiagram met de specificaties in het IENC document voor Nederland voor waterstandmeters die relevant zijn voor de binnenvaart.
Koppeling naar de externe xml-bestanden met de bedieningstijden van infrastructuur die een hindernis kan vormen, zoals sluizen en bruggen
Een ENC dient een zo goed mogelijke weergave van de werkelijkheid te zijn. De gegevens in een ENC zijn altijd afkomstig van de vaarwegbeheerder (assetmanager). Het gaat erom dat de juiste doorvaarthoogte, bevaarbare breedte en waterdiepte wordt gepresenteerd waarmee gevaren kan worden.